dinsdag 15 januari 2008

Het vuuurtorenlied

tekst en muziek: Sander Metz

Het vuurtorenlied door Sander Metz

Kijk daar zie ik een vuurtoren staan
Ik kijk naar boven het licht staat niet aan.
Het licht gaat pas branden en wel bij nacht
Een reuzenzaklamp dat is pracht

Aan uit aan uit aan uit aan
Knipper de knipper het vuurtorenlicht
Aan uit aan uit aan uit aan
Knipper de knipper het vuurtorenlicht

Ik zie het bos de duinen het strand
Wat is het toch prachtig op mijn ameland
De rood witte vuurtoren wat is hij hoog
Net zo hoog als een regenboog

Het licht van de vurtoren gaat uit en aan
Wanneer het nacht wordt en wij slapen gaan
De vuurtorenwachter kijkt heel tevree
Met zijn kijker kijkt hij over zee

maandag 14 januari 2008

Drowned Horses of Ameland

The wind blew high above the dunes
And the wild,white breakers roared
The cry went up a German yacht
It,s stranded near the shore
The lifeboat must be launched at once
They need us desperatelay

Refrein:Part of the heard of Ameland
Went galopping to the sea
Part of the heard of Ameland
Went galopping to the sea

The harness creaked when the wistle blow
As the trailer rubled on
The lifeboat must be launched in haste
Or else the yacht is gone
From the farms of Ameland
The farmers brought their steeds

The shining sun of Ameland
Is beautiful to see
But round the island all the sand
Is moving ceaselessly
It piles up to create the shoals
And open up the deeps

The breakers came high to the beach
As the gale tore at the shore
The lifeboat and the team flinched not
As so the sea they bore
The boat was launched for rescue
And went succesfully

The heavy trailer found the hole
And took the horses down
The harness held them in the sea
And so the horses drowned
The men work hard but had no chance
To cut the animals free

People now remember that night
That night of seventy-nine
When the lifeboat team from
AmelandLaunched for theyr final time
On the islands winds their manes are blown
But they're now running free

De paarden van Ameland

De wind woei hard, al over het duin,
brekers brulden naar hartelust.
Ineens de kreet: “Een jacht gestrand,
het ligt vlak onder de kust.
”De reddingsboot moet snel er uit
de stoere mannen mee.

Refrein: Het reddingspaard van Ameland galoppeert snel naar de zee (2x)

Het tuig kraakt luid als ’t fluitje gaat
en de trailer komt op gang
De reddingsboot moet snel er uit
anders gaat het jacht er aan.
En menig bo
er van Ameland
kwam snel, z’n paarden mee.

Refrein:

Als ’t zonnetje schijnt op Ameland
lijkt er niets mee aan de hand.
Maar rond het eiland in de zee
zit de onrust in het zand
Het hoopt op tot een zandbank hier
en daar een mui, o wee.

Refrein:

De brekers kwamen hoog op ’t strand
en de storm die geselt de kust.
De mannen en hun paarden wijken niet
en ze gaan, ze zijn ongerust.
Die mannen doen hun reddend werk
en and’ren leven mee.

Refrein:

De zware trailer vond de mui,
en trok de paarden
neer.
Het tuig dat hield ze in de zee
Ze verdronken, waren niet meer!
De mannen hadden echt geen kans
en sneden paarden los.

Refrein:

In negenenzeventig is het geweest,
ieder weet het nog zo goed.
De reddingsploeg van Ameland,
voor het laatst z’n heldenwerk doet.
De manen waaien in de wind,
ze zijn nu vrij van vrees.


Refrein: